De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat voor het voorkomen van verplichte zorg en het versterken van de rechtspositie van cliënten vooral nog veel winst valt te behalen met interventies in het voorstadium van verplichte zorg: de fase voorafgaand aan de voorbereiding van een zorgmachtiging of na afloop van een zorgmachtiging. Het onderzoek laat zien dat dit voorstadium nog onvoldoende wordt benut en dat in de praktijk vaak te snel een zorgmachtiging ‘als stok achter de deur’ wordt aangevraagd. Tijdens het voorstadium is nog voordeel te verwachten van:
- het inzetten van proactieve zorgplanning (‘advance care planning’) met betrekking tot verplichte zorg
- het beter benutten van de mogelijkheden voor het toepassen van ‘drang’
- het verbeteren van de samenwerking met familie en naasten, en
- meer aandacht voor het realiseren van de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven
Om daadwerkelijk een cultuurverandering te kunnen realiseren, is het bovendien noodzakelijk dat ook andere partijen, zoals gemeenten, tegelijkertijd een beweging in dezelfde richting maken en dat er een (verdere) verandering in het maatschappelijk denken komt. Ook stelt mr. dr. Plomp dat het van essentieel belang is dat er risico’s genomen mogen worden om dwang verder te reduceren. Maar om dat te kunnen doen, is het noodzakelijk dat de maatschappij ggz-instellingen en ggz-professionals ook toestaat om die risico’s te nemen. Er zou dus niet alleen op het niveau van ggz-professionals en ggz-instellingen, maar ook op het niveau van de maatschappij en politiek een beweging moeten worden gemaakt van controle en repressie richting meer ruimte voor het nemen van risico’s en meer ruimte voor het nemen van eigen regie door cliënten.